Kenniscentrum The Silver Mountain

Lees hier onze columns over de financiële wereld, nieuwsberichten en tips bij het kopen van goud en zilver.

Van ruilmiddel naar zilveren en gouden munten

Gedurende een lange tijd werd van alles gebruikt als ruilmiddel. Naar mate de economie groeide, en daarmee de diversiteit van producten toenam, bleek dat er enkele belangrijke eigenschappen van toepassing zijn op de verhandelbaarheid van deze ruilmiddelen. Ruilmiddelen die als geld werden ingezet moesten voldoen aan de volgende voorwaarden:

–          Iedereen zou moeten weten dat het geld was en als dusdanig accepteren;

–          Het middel dient duurzaam te zijn;

–          Het dient schaalbaar te zijn, dus makkelijk te verdelen in verschillende coupures;

–          Er zou niet teveel van moeten zijn en zodoende waardevast te zijn.

Door een universeel ruilmiddel in te zetten, dat overal als geld werd geaccepteerd, waren de nadelen van ruilhandel niet langer van toepassing. Bij gewone ruilhandel was niet altijd een wederzijds verlangen, bepaalde goederen waren bederfelijk en van veel goederen was het moeilijk in te schatten wat de waarde daarvan was in verhouding tot andere goederen.

Gedurende de eerste periode waarin goud en zilver een rol speelden als betaalmiddel werd dit metaal verhandeld in klompjes zilver en goud. Hoe zwaarder de klomp, hoe waardevoller het stuk goud of zilver was. Er werd echter veel bedrog gepleegd met de klompen goud. Zo werden gouden klompen vervangen door stenen met een laagje goud erover gesmolten. Om die reden ging de overheid zich ermee bemoeien door platte munten te slaan.

De eerste munten werden rond 660 voor Christus gemaakt, in het koninkrijk Lydie. De munten werden geslagen van een natuurlijk mengsel van zilver en goud, electrum. Het nadeel van dit mengsel was echter dat de verhoudingen niet bij alle munten gelijk was. Soms zat er teveel goud en te weinig zilver in en soms was dat precies andersom. Daar waar goud in die tijd ongeveer twaalf keer waardevoller was dan zilver, was het belangrijk om de juiste verhouding te weten. Aan de munt zelf viel dit echter niet te zien waardoor niemand de exacte waarde wist.

Bij elke transactie die werd gedaan was een weegschaal nodig om op die manier te bepalen hoeveel goud en zilver er betaald werd. Om dit probleem op te lossen werden er door de overheid gouden munten geslagen voorzien van een stempel om de kwaliteit, het gewicht en gehalte van de munt te garanderen. Deze zekerheid was nodig omdat er veel valsmunterij plaatsvond en om de onzekerheid over de waarde van de munten weg te nemen. Het mengsel electrum werd ook steeds minder gebruikt en munten werden geslagen in goud of zilver.

Naar verloop van tijd werden er ook munten geslagen in andere metalen, aangezien de waarde van goud en zilver erg hoog lag. Omdat men ook wisselgeld diende te kunnen accepteren en kleinere transacties eenvoudig wilde kunnen doen werden er munten geïntroduceerd in minder zeldzame metalen zoals koper en nikkel.