Kenniscentrum The Silver Mountain

Lees hier onze columns over de financiële wereld, nieuwsberichten en tips bij het kopen van goud en zilver.

navbar-banner

Edelmetaal, de fundamentals

08-09-2016 Gerard

Het mooie van goud en zilver is wel dat het niet zomaar kan worden bijgedrukt. De hoeveelheid verhogen kan alleen maar door het uit de grond te halen. Daar zien we twee problemen ontstaan. De eerste is dat er vrijwel geen nieuw goud gevonden wordt. Als er dan wat gevonden wordt, zijn de rates te laag om het rendabel te mijnen. Daarmee kom je dan gelijk aan het tweede probleem. Alleen de lage rates zijn nu overgebleven en dat maakt dat de mijnkosten steeds duurder worden. Volgens mineweb, ruim een jaar geleden, waren de gemiddelde mijnkosten voor goud toen tussen 1050 en 1150 USD per oz. Door de schaarste in de grond kunnen die mijnkosten alleen maar verder stijgen. Dat maakt mij erg voorzichtig om in mijnbouw te beleggen. Dit is ook reden dat mijnbouw op den duur niet meer gelijk hoeft te lopen met de goudprijs zelf. Beter is het om in royalty’s te beleggen zoals Royal Gold of Silver Wheaton. Deze nemen de productiekosten voor hun rekening in ruil voor een vastgestelde prijs. De mijnbouw hangt vast aan die prijzen, terwijl de royalty’s hetzelfde goud aan de marktprijs kunnen verkopen. Bij een stijgende goudprijs zitten hier dan ook de woekerwinsten, en niet bij de mijnbouw. Indien je toch wat goudmijnen in fortfolio zou willen, dan is het raadzaam om te zoeken naar mijnen zonder royalty verplichtingen. Meestal hebben deze mijnen dan tevens lage tot geen schulden. Maar dit verder terzijde.

De eerste zwaarwegende fundamental is dus de schaarste in de grond in combinatie met steeds lagere productie, plus de steeds hogere productiekosten. Voor zilver geldt min of meer hetzelfde, maar zilver heeft wel te maken met vele onrendabele gesloten mijnen. Vaak bergmijnen die met niet al teveel kosten weer in productie gebracht kunnen worden als de marktprijs erg hoog oploopt. Iets wat met gesloten mijnen onder de grond niet mogelijk is. Daar tegenover staat wel dat zilver verbruikt wordt in de industrie. Iets wat met goud heel weinig gebeurt. Dat geeft zilver ook het veel hoger volatiel karakter. Zilver is daarmee dus van veel meer factoren afhankelijk dan goud. Daar komt bij dat zilver vrijwel altijd als bijproduct van zink gemijnd wordt. Goud overigens ook als bijproduct van koper, maar wel in veel mindere mate. Zink en koper zijn ook schaars en daarom is de verwachting niet dat deze mijnbouw snel bedreigd wordt door te lage marktprijzen. De fundamental van schaarste en hogere productiekosten is er wel eentje voor heel lange termijn. Dan spreek je al gauw over 10, 20 jaar of meer. Als je nog jong bent dan kun echt overwegen om je pensioen voor een deel daarop te baseren.

 

Speculaties en derivaten, hoe erg is dat?

Voor veel speculanten speelt bovenstaande niet. Die willen juist op de kortere termijn geld verdienen via speculatie met opties of futures. Dat geeft altijd een hoog volatiel karakter aan goud en zilver. Helaas haakten juist hierop heel veel beleggers af. Volatiel maakt angstig. Die beleggers keken alleen maar naar de enorme daling tussen 2011 en 2014. Velen zagen ook niet dat dit uitsluitend het gevolg was van een enorme bubbel. Erger nog, velen zagen niet dat alle bubbels eindigen op een bodem die altijd te diep doorzakt. Gespreid aankopen kan je helpen om een goede gemiddelde prijs te verkrijgen. Beter nog is om een lage prijs af te wachten, maar hier is veel geduld voor nodig. Iets wat de meeste mensen niet hebben.

Er wordt vaak gesteld dat speculanten de markt verstoren. Dat is niet altijd waar. Zeker niet op de langere termijn. Ze zorgen wel voor zeer hoge volatiliteit. De fundamentals op lange termijn blijven overeind. Men stelt ook vaak dat er teveel derivaten op goud en zilver staan. Ook dat is niet helemaal waar. Derivaten zijn waardepapieren die een onderliggende activa vertegenwoordigen. In het geval van goud en zilver zijn dat opties, futures en zelfs opties op futures. Dit soort derivaten vertegenwoordigen wel 1000x de onderliggende waarde, zo stelt men. Dus er is handel in lucht. Dat klopt. Maar men vergeet dat zowel futures als opties altijd een afloopdatum (expiratie) hebben. Na die expiratie is alle waarde van al die papieren gewoon NUL. 50% van al die derivaten zijn bij voorbaat al waardeloos. Dit komt omdat er altijd twee partijen aan tafel zitten op hetzelfde derivaat product. De een zit short (verkoop), en de ander long (koop). Vervolgens is er op die 50% nogmaals de helft bij voorbaat al waardeloos. Want stijgt de koers van de onderliggende waarde, dan zijn alle puts waardeloos.

Omgekeerd, daalt de koers, zijn alle calls waardeloos. Puur wiskundig hebben er op 100% derivaten slechts 25% echte waarde en 75% wordt waardeloos op dag van expiratie. In de praktijk worden van alle uitgegeven opties 90% waardeloos. Dit soort speculatie vindt niet alleen op goud en zilver plaats. Op aandelen en indexen is dit duizenden keren meer. Zie een derivaat als volgt. Stel, u verkoopt een belofte aan je buurman. Je verkoopt een optie van 100 euro dat het morgen gaat regenen. Je buurman koopt die optie voor 100 euro, want hij denkt dat het morgen droog blijft. Stel je voor dat alle buurmannen in heel Nederland dat zouden doen. Daarmee staan er dus miljoenen “derivaten” op lucht. Het zal het weer echt niet beïnvloeden. Zo werkt de papierhandel ook op goud en zilver. Als nu een buurman afhankelijk is van regen, bijvoorbeeld voor zijn landbouwakker, dan kan hij met zulke droog weer optie zijn droog weer verzekeren. Hij krijgt dan 100 euro schadevergoeding als het droog blijft. Zo krijgen er ook miljoenen goud, zilver en aandelenbeleggers betaald als de koers daalt. Toch maakt men op veel goudhaantjes-websites zich druk over dit soort luchtfietserij. Geheel onterecht.

Vervolgens wordt er gesteld dat trackers ook derivaten zijn. Dat klopt. Trackers vertegenwoordigen de goud- en zilverprijs in een ETF. Een ETF wordt gewoon verhandeld als een aandeel op de beurs. GLD (goud) en SLV (zilver) zijn de belangrijkste trackers. Maar de uitgevers van die trackers zijn verplicht de onderliggende waarde daadwerkelijk in bezit te hebben. Dat was ook de reden dat er na het knappen van de bubbel in 2011 er opeens tonnen aan goud en zilver op de markt gedumpt werden door deze uitgevers (ishares en SPDR). Het drukte de prijzen nog eens extra hard omlaag. Overigens kopen de uitgevers van die tracker ETF’s natuurlijk het onderliggende goud en zilver ook op een waardepapier (derivaat). Dit doen ze bij één van de goud- en zilverdepots, waarvan Londen de grootste en bekendste is.

Van die depots gaat het gerucht dat fysiek goud en zilver meermalen verkocht zijn op de derivaten. Niemand die dat zeker kan zeggen, maar uit een onderzoek van CNBC enkele jaren geleden bleek dat niet. Alle nummers op de aanwezige broodjes bleken keurig overeen te komen met de eigenaren in een database. Voor wat het waard is tenminste. Overigens wel een leuke reportage om te zien. Tientallen zware heftrucks die goudbroodjes op pallets opstapelen ergens op een geheime plaats in een zwaar bewaakte bunker diep onder de grond. Wel is het zo dat meerdere centrale banken hun goudvoorraad bij die depots opvroegen en zelf in de kluis legden. Dit soort van derivaten blijft duister en inderdaad kan dit fraudegevoelig zijn. Niemand die dit weet. Daarom is het ook beter om het fysiek te kopen i.p.v. een derivaat. Je hebt dan tevens niets te maken met een tussenpartij zoals uitgevers van trackers. Tenzij je zelf een heftruck nodig hebt in je eigen depot, dan wordt het wat anders. Maar die hoeveelheid zal bij de meeste lezers van dit blog wel meevallen, denk ik.

 

Wat ik hiermee duidelijk wil maken is dat papierhandel helemaal niks te maken heeft met de fundamentals van goud en zilver. Derivaten trekken wel de koers in een hefboom, zowel omhoog als omlaag. Daar moet je wel rekening mee houden. Maar zelfs dat heeft nooit invloed op lange termijn omdat eenvoudigweg alle derivaten zoals opties en futures waardeloos aflopen op de expiratiedatums. De meeste expiraties verlopen al na 2 maanden. De langste lopen 2 jaar maximaal, maar daar zit nauwelijks handel in. Het enige wat we niet weten is of depots meerdere derivaten uitgeven op het aanwezige fysiek. Van de andere kant, dit zou fraude zijn en dus strafbaar. We mogen aannemen dat hier toch wel controle op is. De belangen zijn groot en we mogen aannemen dat de druk op zulke controle er wel degelijk is vanuit de mijnbouw of royalty’s.

 

Prijsfraude

Dat de mijnbouwsector en royalty’s wel degelijk invloed hebben op controle bleek uit de miljarden boetes na een aangespannen rechtszaak en vervolgens controle bij de prijsvaststelling. Dit was in handen van vier bankiers waaronder RBS en DB. Deze handelden in hefboomderivaten (opties, futures) om vervolgens een dag later samen zelf de prijs vast te stellen. Dit systeem werd daarna grondig aangepakt en hervormd. Voor zover ik toen begrepen heb, zijn bankiers niet meer bevoegd om de fysieke prijs vast te stellen. Het zou overigens gaan om schommelingen in dagprijzen, dus dit zal weinig invloed hebben gehad op de lange termijn prijzen. Want ook die bankiers kunnen het verschil in aanbod en vraag niet te veel uit balans halen. Al met al is papierhandel en prijsfraude niet iets om je grote zorgen over te maken. Het beïnvloed de prijzen wel wat op korte termijn, maar nooit voor de hele lange termijn. Voor de echte fundamentals moeten we gaan zoeken in andere hoeken.

 

Vraag en aanbod

Dit is altijd de meest belangrijkste fundamental, in welke activa dan ook. Als vraag of aanbod minder of meer wordt, dan heeft dat altijd een reden. Zakt de vraag, dan zakt de prijs. Stijgt het aanbod, dan zakt de prijs ook. Zo werkt het spelletje al eeuwen lang. Voor beleggers speelt hierin uitsluitend de toekomstverwachting. Logisch ook, want je belegt nooit iets voor het vandaag. Zo zijn dus alle fundamentals alleen maar op de toekomst gericht. Iets waar vooral veel beginnende beleggers vaak niet aan denken. Het gaat dus om de te verwachte “vraag” en het te verwachte “aanbod”. Hieruit bepalen we of het met goud en zilver fundamenteel goed of fout zit. Dit kunnen er vele zijn, meer dan je denkt. Een paar hebben we al besproken hierboven, zoals schaarste, productiekosten en productie.

 

Inflatie

De volgende fundamental is inflatie. Goud heeft daarin dezelfde eigenschap als vastgoed. Als door geldontwaarding (inflatie) het geld minder waard wordt, dan stijgt goud en ook vastgoed evenveel in waarde. Je kunt dus theoretisch later precies evenveel kopen voor je geld. Het zuigt als het ware de inflatie in zich op. Moet ook wel, want goud keert geen rente uit. Rente op geld is in beginsel de vergoeding voor inflatie. En daar precies zit ook een misverstand. Niet inflatie is een belangrijke fundamental voor goud en zilver, maar de inflatie minus rente. De reële rente. Toen die hard ging dalen sinds begin 2016, vloog goud en zilver omhoog. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de negatieve rentes in verhouding tot de 1% tot 0% inflatie.

 

Gestold angstzweet

Mathijs Bouman noemde goud altijd “gestold angstzweet”. Angst voor het in elkaar donderen van een valuta bijvoorbeeld. Toen de euro in gevaar kwam tijdens de eerste eurocrisis van 2010-2011, en tegelijkertijd het eerste experiment met QE’s van start ging, steeg goud naar “all time highs”. Goud heeft op 1920 USD oz gestaan, en zilver op 48. Dit was angstzweet, angst voor extreem hoge inflatie bij veel te lage rentes. Het kan zomaar weer gebeuren, want het probleem van de eurocrisis is nooit opgelost. Sterker nog, het europrobleem is schulden, en die zijn afgekocht met nog meer schulden.

 

De vraag naar edelmetaal

Andere fundamentals zitten in de vraagkant. Dit zijn o.a. de sieradenindustrie. Een van de meest invloedrijke vraag is de traditionele gouden huwelijksgeschenken in India. De hoge groei is er hier wel uit, maar toch, het blijkt wel jaar op jaar behoorlijk stabiel te blijven. India is wel een land met 1 miljard mensen. Dus als de vraag naar goud daar zou inzakken, dan ga je dat wel degelijk terugzien in de prijs.

Naast de sieradenindustrie heb je de aan- en verkoop van centrale banken. Dit is bedoeld om de balans te versterken. Centrale banken zijn de uitgevers van geld, en uit traditie wordt dan de goudvoorraad gebruikt om het vertrouwen te waarborgen als vaste activa op de balans. Vooral de centrale banken van China en Rusland hebben de laatste jaren erg veel goud gekocht.

 

Industrie

Naast de sierradenindustrie die goud verbruiken, zit er ook veel goud in elektronica. Het wordt gebruikt als geleider van stroom. Zilver geleid overigens beter, maar goud heeft de onmisbare eigenschap dat het niet aan corrosie onderhevig is. In elke mobiele telefoon zit goud. Het is wel niet veel, maar er zijn wel enorm veel telefoons. De elektronica-industrie beïnvloed de prijs van goud niet veel, maar alles telt wel mee in de grote weegschaal van vraag en aanbod. Totaal anders ligt dat bij zilver. Meer dan de helft van het gedolven zilver gaat naar de industrie. Het zit in elektronica, in zonnepanelen en zelfs in kleding.

 

We hebben hierboven in vogelvlucht vele fundamentals voor goud en zilver beperkt besproken. Al die fundamentals op een hoop bepalen uiteindelijk de prijs. Beleggers hebben daar niks aan, want die willen hierin zien wat de prijs gaat worden in de toekomst. Als ik slechts 5 dagen in de toekomst zou kunnen kijken, dan ben ik morgenvroeg al de rijkste man ter aarde. Toekomst voorspellen is dus onzin. Je kunt alleen maar verwachtingen hebben in verschillende scenario’s. Te veel websites van goudhaantjes voorspellen toekomst. Geloof hier niet te veel van. Te veel fundamentals van zowel aanbod als vraag kunnen stuk voor stuk roet in het eten gooien. Dat geldt overigens voor alle activa, ook aandelen en vastgoed. Toch schat ik op dit moment de meeste fundamentals wel in op hogere prijzen in de toekomst. Schaarste in de grond staat wel min of meer vast. Tenzij er iemand is die in diepzee op de oceaan een mijn zou kunnen gaan uitvoeren. Reken daar maar niet op want deze techniek is niet beschikbaar. Hogere productiekosten staan ook wel zo goed als vast. De high grade mijnen zijn zo goed als uitgeput.

Aan de vraagkant van goud heb je te maken met de belangrijkste factor, de reële rente. Een onzekere factor, absoluut. We zien keer op keer de goudprijs een forse deuk oplopen als Yellen het woord “renteverhoging” in de mond neemt. Terecht, want hoge reële rente kan goud flink onderuit halen. Dat zagen we gedurende de hele jaren 90 wel. Toch ben ik daar nu niet bang voor. De schulden in de wereld zijn veel te hoog. Sterker nog, die zijn sinds het uitbreken van de schuldencrisis alleen maar harder gestegen. Aan die stijging is op lange na nog geen einde te bespeuren, om dan over aflossing maar helemaal te zwijgen. Hoge rente zou hierin vernietigend zijn. Dus waar zijn we bang voor?

 

Rente en inflatie

Tot slot dan maar de belangrijkste factor wat dieper onder de loep: “rente en inflatie”. Terwijl Yellen van de FED al een jaar lang zit te zeiken over “slecht” 0,25% basisrente verhoging, gaat in dezelfde periode de marktrente zwaar onderuit. Dit alleen al valt helemaal niet te rijmen met elkaar. Nogmaals, waar zijn we bang voor?

cpi10-eur

Hoewel de euro prijzen (CPI) sinds 2006 met 15% gestegen zijn, stijgen de prijzen niet meer sinds 2013. Tegenover de 0% inflatie in de afgelopen 2 jaar staat een negatieve rente van -0,1% (10 jaars Duitse bunds).

cpi10-usd

In USD geeft dezelfde grafiek iets meer inflatie, maar de trend komt wel overeen met de EUR. Een prijsstijging van 18% sinds 2006. Sinds 2013 ook een vlak patroon met slechts 3% stijging CPI op de top. Over de laatste 2 jaar maar net 1%. Overigens zijn beide CPI grafieken het echte prijspeil vanaf een basis 100. Het is niet de bekende “year on year” in procenten waar de meesten naar kijken. Het laatste cijfer daarvan staat op 0,84% YoY inflatie per 31-7-2016. Wel in een dalende trend.

us10-tr

De VS 10y treasury zit in dezelfde periode als de CPI grafieken (sinds 2006) in een dalende trend.

us2-tr

De meest interessante is de laatste 2 jaar van de 10 jaars VS treasury. We willen immers de laatste trend zien. We zien de bandbreedtes steeds lager opschuiven. We zitten nu vast tussen 1,6% en 1,4%. Op de CPI van 1% levert 1,6% rente dus een reële rente op van 0,6%. Voor Amerikaanse begrippen historisch laag. De “all time low” sinds 1979-1980. Nog altijd wel 0,6% waar Europa het nu met -0,1% moet doen. Maar, we willen toekomstverwachting. En dus zien we de trend gewoon verder dalende. Al 35 jaar lang overigens, sinds 1980. Vergeet overigens niet dat die 0,6% reële rente tegenwoordig als “veilige haven” wordt gezien. Je moet op die rente dan wel je geld voor 10 jaar vastzetten. De winst die je kunt maken hierop is indien de rente verder zakt, waarop de koers fors zal stijgen. Dus speculatief winstgevend is de VS treasury nog zeker wel. Zelf verwacht ik dat de rente nog verder gaat zakken richting 0% reële rente. Net als nu in de Eurozone. Dat is op dit moment de belangrijkste factor die goud en zilver een flink stuk hoger kan gaan zetten. Als de immens grote kuddes beleggers deze bonds gaan verlaten, dan gaat de vraag naar edelmetaal vrijwel zeker fors stijgen. Overigens, als er een verkoopgolf komt, dan zal de rente ook zeker stijgen. Maar dan heeft de overheid wel een groot probleem. Dit zou kunnen gaan leiden tot een obligatiecrash van ongekende omvang (zoals we in 2011 op Griekenland zagen). Dan wordt ingeschat hoe solvabel de schuldenaar is, en die is niet al te geweldig voor de VS met bijna 20.000 miljard staatsschuld. Zover is het nog lang niet, en tot die tijd kan rente nog behoorlijk zakken. En dus goud en zilver hoger zetten.

Al met al hebben de fundamentals van goud en zilver zelden zo goed gestaan als nu. Minder dan 1% zit goud gemiddeld in de portfolio’s van beleggingen. Als dit naar 2% zou stijgen, dan is er al een enorm tekort op de markt. Zoveel goud is er helemaal niet eens. Goud en zilver gaan dan vleugels krijgen.

 

Disclaimer: Dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.