24 UURS VERZEKERD TRANSPORT
coins

Luisteren naar Dr. Koper

Ongeveer 330 punten. Dat was de stand van de AEX-index in de zomer van het jaar waarin Oranje met de winst van 11:0 tegen San Marino de grootste winst ooit boekte. Dirk Kuijt was één van de doelpuntenmakers, net als John Heitinga scoorde. Mark van Bommel was de aanvoerder. Lang geleden he? We hebben het over 2011. Het was onder meer het jaar waarin de koperprijs voor het laatst zo hoog was als tegenwoordig, namelijk iets meer dan 9.000 dollar per ton.

Behalve koper zijn ook de prijzen van allerlei andere grondstoffen de laatste tijd behoorlijk gestegen. Het is echter de gestegen koperprijs die de meeste aandacht van analisten en economen krijgt. En dat is niet zonder reden.

Koper wordt ook wel het enige metaal met een PhD in economische wetenschappen genoemd omdat de prijsontwikkeling daarvan in het verleden vaker wel dan niet de draaipunten in de wereldeconomie correct voorspelde. De reden voor de sterke correlatie tussen koper en de wereldeconomie schuilt in het feit dat koper vrijwel in alle producten te vinden is en in alle sectoren van de economie wordt gebruikt. Voordat de producten waar koper in zit, worden vervaardigd, moet het metaal eerst worden besteld. Stijgende vraag betekent stijgende prijzen. Stijgende productie betekent hogere economische groei. Ergo: een stijgende koperprijs is een voorbode van betere economische tijden. Een dalende prijs van koper is juist aanleiding somberder te worden over economie op korte termijn.

koperprijs

De koperprijs stijgt dus al enige tijd. Dat verbaast niet; de wereldeconomie ging vorig jaar gebukt onder de coronapandemie en 2021 is het jaar van de inhaalslag. Grote kans dus dat de stijging van de koperprijs van de afgelopen maanden geen vals signaal is. Dit te meer daar Dr. Koper niet de enige is die daarop wijst.

Een andere doorgaans betrouwbare indicator voor het reilen en zeilen van de wereldeconomie, is de Baltic Dry Index. Het is een index die weergeeft hoeveel het kost om grondstoffen per schip te verplaatsen. Om de index samen te stellen worden prijzen op 23 verschillende, drukbevaren routes voor allerlei grondstoffen bij elkaar gehusseld. Hoe meer vraag naar een plekje op een schip, des te hoger de prijs. Dus als de index stijgt, betekent dat dat het duurder wordt grondstoffen te vervoeren en het wordt duurder omdat er meer te vervoeren is, een teken van toenemende economische activiteit in de wereld. Als ik Baltic Dry Index raadpleeg als een soort second opinion, dan blijkt dat ook die index sinds de zomer van vorig jaar behoorlijk is opgelopen.

Die twee kanaries in de economische kolenmijn geven dus niet alleen aan dat het gevaar van nóg een jaar van krimp – vorig jaar viel de economie van de eurozone bijvoorbeeld met bijna 7 procent af – nihil is maar wijzen op een behoorlijk economisch herstel later dit jaar.

En dat is te rijmen met andere ontwikkelingen die er zijn. Goed, het vaccineren verloopt langzaam en stroef…maar elke dag zijn er weer meer mensen die tegen corona ingeënt zijn. Het zou zomaar kunnen zijn dat tegen de zomer voldoende mensen geprikt zijn om voorgoed afscheid te kunnen nemen van lockdowns, iets wat het pad voor houdbaar, sterk economisch herstel vrij zou maken.

Herstel dat ook wind in de rug krijgt door de overheden. In de VS is het een kwestie van tijd voordat een nieuw steunpakket van 1.900 miljard dollar aangenomen wordt. De Europese Unie maakt zich op het herstelfonds á 750 miljard euro en de fors opgevoerde meerjarenbegroting in stelling te brengen. Het gaat om zo veel steun zelfs dat verschillende economen zich zorgen maken dat de economie te snél zal gaan groeien: oververhitting, een term die ik als het over economische ontwikkelingen gaat, net zo lang geleden heb gehoord als ‘it giet oan’ lijkt het wel, is een buzzword onder economen. En wie ‘oververhitting’ zegt, zegt tevens ‘inflatiegevaar’. Hoge en stijgende inflatie is hét symptoom van oververhitting. Geen wonder dan ook dat de inflatieverwachtingen rap aan het oplopen zijn en angst voor inflatie in de nabije toekomst insluipt in het beleggersland. In het kielzog daarvan lopen de langetermijnrentes op, vooral in de VS, waar het oververhittingsgevaar het grootst lijkt te zijn.

Het enige wat voor mij onbekend is dit jaar als we het over economie hebben, is of er een 3 of toch een 4 voor de komma zal prijken over de economische groei. Welk getal het ook wordt, de groei zal zeker dit jaar en zeer waarschijnlijk ook volgend jaar aanmerkelijk hoger liggen dan wat economen potentiële groei noemen, zeg maar het groeipercentage dat een economie aan kan zonder uit de bocht te vliegen of over te verhitten zo u wilt. Dat percentage ligt zo tussen 1 en 2 procent in de VS en de eurozone.

Die oververhitting op korte termijn is vrijwel zeker. Maar zal dat structureel hogere inflatie met zich meebrengen? Dat vraag ik me eerlijk gezegd af. De klap die de wereldeconomie heeft gekregen vorig jaar is behoorlijk, hetgeen inhoudt dat de economische motoren een tijdlang op volle toeren kunnen draaien zonder dat de economie oververhit raakt.

Als angst voor hogere, structurele inflatie de belangrijkste reden is voor de imposante stijging van de Amerikaanse tienjarige rente sinds de zomer van vorig jaar – van 0,55 procent naar circa 1,4 procent – dan zou die rente richting het einde van het jaar wel eens flink kunnen dalen.

Op een wat langere termijn, denk komende jaren, bezien zouden hogere rentes, wellicht behoorlijk hogere rentes, niet verbazen. Ik zie de centrale banken er uiteindelijk in slagen de inflatie op te krikken, geholpen door de economische en politieke ontwikkelingen. Wat dat betreft houd ik continu de grafiek van de omloopsnelheid van het geld in de gaten omdat die variabele cruciaal is voor inflatieontwikkelingen in de toekomst. De laatste maanden is de daling ervan gestopt en is lichte stijging waar te nemen. Dé vraag, grafiek technisch gesproken, voor mij voor dit jaar is of de lijn van die grafiek zal klimmen of niet.

Bekijk ook